Een optimale gezondheid voor merrie en veulen
De geboorte van het veulen is goed gegaan, het jonge dier dartelt door de weide en de merrie doet het goed als moeder. Dat is waar elke fokker van droomt. Hoe zorg je na een goede start dat zowel merrie als veulen het goed blijven doen? Waar moet je op letten en hoe kan je beiden ondersteunen?
Welzijn
Fokkerij
14 april '26 • 2 min leestijd
De eerste drie maanden krijgt het veulen zijn voedingstoffen (en dus bouwstoffen) bijna uitsluitend via de moedermelk binnen. De merrie produceert daarvoor tot wel 30 liter melk per dag. Dat is topsport, die veel vraagt van de merrie. Ze heeft er bovendien veel voedingsstoffen voor nodig. Die moet ze binnenkrijgen uit haar rantsoen. Naast hooi en gras zijn ook extra koolhydraten, eiwitten, vitaminen en mineralen belangrijk.
Merriebrok
De meeste fokkers geven hun merries in de aanloop naar de bevalling en de eerste maanden na de geboorte merriebrok. Er zijn verschillende soorten van deze brok beschikbaar. Voor merries die snel kriebel krijgen van veel suikers of die aan de dikke kant zijn, zijn ook varianten met minder snelle suikers beschikbaar, die toch alle voedingsstoffen bevatten die moeder en kind nodig hebben. Als je ziet dat je merrie vet krijgt bij de staart of de schouder, kan je hier wat minder van geven. Als je merrie gewicht en spiermassa verliest, geef dan juist wat meer. Meer op het gras zetten kan hier ook goed bij helpen (als dat een mogelijkheid is).
Vrije beweging
De ontwikkeling van de botten, pezen, banden en gewrichten van het veulen begint al op dag 1. Naast de nodige bouwstoffen is beweging van cruciaal belang voor de opbouw van een gezond bewegingsstelsel. Je veulen heeft vanaf dag 1 vrije beweging nodig. Voor vroege veulens, die al in januari of februari geboren worden, kan dit bij slecht weer lastig zijn, maar probeer toch zoveel mogelijk de mogelijkheid te bieden. Veulens die in april of mei geboren worden, kun je bij voorkeur zo snel mogelijk in de wei zetten. Door bewegen en spelen wordt de gezonde groei van de botten gestimuleerd en leg je de basis voor een gezond gebruikspaard in de toekomst.
Supplementen
De belangrijkste mineralen voor botopbouw zijn fosfor, calcium, magnesium en silicium. Fosfor zit voldoende in merriebrok, net als calcium. Magnesium en silicium zijn in sommige gevallen de knelpunten. Magnesium komt vaak wat weinig voor in gras en hooi. Het kan dus verstandig zijn om wat magnesium bij te voeren, bij voorkeur in de vorm van vloeibaar magnesiumchelaat. Als je merrie gras kan eten krijgt ze waarschijnlijk ook behoorlijk wat silicium binnen. Maar bij paarden die vooral op hooi leven, kan ook dat mineraal wat beperkt in het voer zitten. Omdat silicium ontzettend belangrijk is voor de gezonde groei van pezen, banden, kraakbeen en botten van het veulen, is het aan te raden om ook dit mineraal aan te vullen als je paarden maar weinig in het gras staan.