De kracht van moedermelk voor een veulen
Moedermelk is de basis voor elk gezond en sterk opgroeiend veulentje. Wat zit er nu precies in? Hoeveel melk geeft je merrie eigenlijk? En wat moet je nog meer weten over moedermelk als je een veulen fokt?
Voeding
Fokkerij
16 april '26 • 4 min leestijd
Om te beginnen moeten we onderscheid maken tussen de allereerste moedermelk, de biest, die de eerste 24 uur vrijkomt en de ‘gewone’ moedermelk, die daarna komt. De biest is dikker en geler en staat bol van de immuunstoffen en belangrijke voedingsmiddelen voor een goede start van het veulen. Het is essentieel dat een veulen biest binnen krijgt omdat dit de basis is voor een sterk immuunsysteem. Veulens worden geboren zonder antistoffen, die krijgen ze vrijwel niet in de baarmoeder via de placenta. Dit is anders dan bij andere zoogdieren, zoals mensen. Veulens moeten hun antistoffen dus pas na de geboorte binnenkrijgen en zijn heel kwetsbaar in hun eerste uren.
‘Doping voor veulens’
De beste opname van antistoffen door de darm gebeurt in de eerste acht uur na de geboorte. In het ideale geval krijgt het veulen in deze uren ongeveer twee liter biest binnen. Drinkt een veulen onvoldoende biest of is de biest van onvoldoende kwaliteit, dan kan dit later infecties en andere problemen veroorzaken. Mocht het niet goed gaan met het biest drinken bij de merrie, dan zijn er biestvervangers. Het liefst gebruik je echter biest van de merrie zelf. Met name in de eerste uren na de geboorte neemt de darmwand de antistoffen goed op. Na 24 uur sluit de dunne darm zich voor antistoffen en stopt de opname. Snelheid is dus echt belangrijk. Biest wordt soms grappend ‘doping voor veulens’ genoemd. Als je ooit gezien hebt hoe een wat slap en verkreukeld pasgeboren veulen, na een paar goede porties biest transformeert in een pluizige stuiterbal, dan begrijp je die uitdrukking.
Test de immuunstoffen
Je dierenarts kan na 24 uur testen of het veulen genoeg biest heeft gehad, met behulp van een antistoffentest. Als die onvoldoende is, kan een plasmatransfusie helpen om het immuunsysteem van je veulen een goede start te geven.
Moedermelk voor groei
Na 24 uur verandert de dikke, gele biest langzaam maar zeker in ‘gewone’ moedermelk. Maar ook dat is bijzonder spul. Het zit boordevol voedingsstoffen zoals suikers, eiwitten, vitaminen en mineralen. Vlak na de geboorte geeft de merrie ongeveer zeven tot acht liter melk per dag. De melkproductie piekt bij ongeveer 20 tot 30 liter per dag als het veulen twee tot drie maanden oud is. De eerste vijf weken na de geboorte drinkt een veulen ongeveer 23% van zijn lichaamsgewicht per dag aan melk, daarna wordt dat ongeveer 20% van zijn lichaamsgewicht. Met zo’n enorme melkproductie, kan je je voorstellen dat de energie- en eiwitbehoefte bij de merrie enorm toeneemt! Je moet een merrie dan ook goed extra voeren, zodat ze voldoende bouwstoffen heeft om door te geven aan het veulen. Het mooie aan moedermelk is, dat het echt ‘voeding op maat’ is. In de winter is de melk bijvoorbeeld vetter dan in de zomer, want bij koude heeft het veulen meer vetreserve nodig.
Van melk naar hooi, gras en brokjes
Aan het begin van het leven van het veulen is de melk van de merrie het enige voedsel dat het veulentje binnen krijgt. Het blijft in de eerste maanden ook de basis van het rantsoen. Een veulen tot drie maanden oud drinkt vooral melk, maar in de loop van de weken en maanden zal het jonge dier steeds vaker proeven aan gras of hooi en de brokjes van mama gaan uitproberen. Je kan helpen om deze nieuwsgierigheid uit te breiden door vanaf ongeveer de derde week al een veulenbrokje of plukje hooi vanuit de hand te geven. Op tijd hiermee beginnen helpt om de vertering van ruw- en krachtvoervertering op gang te brengen. Zo krijgt het veulen ook al vroeg voedingsvezels binnen. Dit helpt bij de ontwikkeling van het darmmicrobioom. Je ziet vaak dat jonge veulens verse mest van hun moeder eten. Dat ziet er smerig uit, maar ze krijgen dan rechtstreeks de benodigde micro-organismen (bacteriën en schimmels) binnen die belangrijk zijn voor de ruwvoervertering. Heel nuttig dus! Als je veulen een kleine maand oud is kan je ook beginnen met wat eigen krachtvoer, de zogenaamde veulenbrokjes. Deze brokjes zijn afgestemd op wat je veulen nodig heeft. Niet alleen zitten er belangrijke bouwstoffen in, ook leert een veulen zo om brokjes te eten, wat helpt als je het diertje gaat spenen.
Rhesusveulens – zeldzaam maar ernstig
In een enkel geval kan er een rhesus veulen geboren worden. Dit is zeldzaam, maar het is wel goed om te weten dat het bestaat. Het lichaam van de moeder maakt bij een rhesusveulen antistoffen aan tegen de rode bloedcellen van het veulen. Deze antistoffen zitten in de biest, waardoor het veulen zijn organen beschadigt als het de biest drinkt. Het veulen wordt daardoor na enkele dagen ziek, slap en kan geel oogwit krijgen. Het is een ernstige situatie en kan tot het overlijden van het veulen leiden. Het gebeurt nooit bij het eerste veulen van een merrie, maar ontwikkelt zich na twee of meer drachten. Als je veulen na een paar dagen zwakker lijkt, neem dan altijd contact op met je dierenarts. Een rhesusveulen heeft vaak een bloedplasmatransfusie nodig om te overleven. Daarna kan de moedermelk wel weer gewoon gedronken worden, want als de darmwand van het veulen eenmaal gesloten is voor antistoffen (na 24 uur) is er geen gevaar meer.