Gastblog Bart van Heesbeen: ‘Paarden presteren beter als je natuurlijk voert’
Bart van Heesbeen is springruiter, trainer, instructeur en voedingsexpert. Hij weet bij uitstek wat goede voeding met een sportpaard doet en wat wél en vooral ook níet werkt. Hij komt regelmatig bij eigenaren van sportpaarden om advies te geven en heeft een holistische kijk op paarden, voeren, gezondheid en prestaties.
Gastblog
Voeding
3 februari '22 • 6 min leestijd
“Toen ik werkte als professioneel wedstrijdruiter, voelde ik vaak van alles aan mijn paarden. Ik vroeg me regelmatig af: ‘Waarom presteren ze niet zo als ik denk dat ze kunnen presteren? Wat houdt ze tegen, wat is er aan de hand dat ze er vijf balken afgooien terwijl ze wel voorzichtig genoeg aanvoelen?” Daarom ben ik op zoek gegaan naar oplossingen. Ik kwam in die zoektocht bij goed ruwvoer uit en ben mezelf gaan richten op ruwvoerproducten die paarden verder kunnen helpen.”
Kennis over ruwvoer
“Voor mij draait het om de gezondheid van het paard, bekeken vanuit een breder perspectief. Mijn doel is om holistisch naar paarden, training en voeding kijken. Ik houd me bezig met het trainen van paarden, instructie, adviseren van paardeneigenaren en stalhouders en het mede ontwikkelen van een nieuw ruwvoerproduct. Bovendien ben ik dealer van een aantal gezonde paardenvoermerken. Ik heb het afgelopen jaar de opleiding epigenetisch en orthomoleculaire consulent gedaan bij Natascha Bos van Blauwe Hengst. Als je bij de basis begint en goed naar voeding kijkt, dan is het vaak niet nodig om bij problemen met je paard allerlei therapieën of supplementen in te zetten. Ik heb al vaak genoeg zo’n hele lange weg meegemaakt met paarden en wil andere mensen dat graag besparen.”
Sportpaarden voeren: ruwvoer, variatie en eiwitten
Bart gaat verder: “Een sportpaard verschilt in principe qua vertering niet van een recreatiepaard. Je wilt het systeem ‘van mond tot kont’ goed hebben. Dat betekent dat je moet beginnen met onverpakt hooi aangevuld met een goede mineralen- en vitaminenbalancer. Het beste is om ruwvoer in veel kleine porties te geven, in totaal twee kg droge stof per 100 kilo lichaamsgewicht van het paard per etmaal. Een paard moet niet langer dan vier uur zonder ruwvoer staan, ook ’s nachts niet. Slowfeeders en hooinetten zijn in veel gevallen goede opties wanneer je er niet steeds bij kan zijn. Een sportpaard heeft vaak een wat hogere eiwitbehoefte, maar eiwitten kun je pas toevoegen op het moment dat de vertering op orde is. Anders vormen de eiwitten vooral een belasting voor het systeem. Dan wordt het niet opgenomen en geeft het in de darmen eerder een negatief effect. Goede producten daarvoor zijn bijvoorbeeld Agrobs Myo Protein flakes, CoolStance Copra (met extra middellange keten vetzuren), Esparcette of Luzernebrok HP23 van Metazoa.” Bart adviseert variatie: “Probeer bij het voeren van je paard regelmatig te variëren en af te wisselen. Eiwitten zijn voor sportpaarden vaak een waardevolle aanvulling. Vanuit de vertering van ruwe celstof maakt een paard zelf korte-keten-vetzuren aan. Wanneer een paard wat te weinig energie heeft, dan is het zomaar toevoegen van vetten zeker niet altijd de oplossing.”
Matig management leidt tot stress en mindere prestaties
Bart ziet regelmatig stress bij de (sport)paarden die hij tegenkomt. “Daarbij speelt niet alleen voeding, maar ook de rest van het management mee. Voeding is de basis van alles, maar ook mentale voeding is een belangrijk aspect. Het kwam voorheen veel voor dat sportpaarden 24/7 op stal stonden en er alleen uitkwamen om te werken of in de stapmolen te gaan. Maar de genen van onze huidige paarden zijn niet anders dan die van paarden die vroeger in het wild leefden. Die genen zitten er nog steeds, maar wij hebben de laatste eeuw zoveel veranderd in het houden van paarden dat het niet meer overeenkomt. Het gevolg van deze niet-natuurlijke paardenhouderij en voeding is dat je eigenlijk steeds zwakkere paarden ziet ontstaan. Het komt zover van de natuur af te staan, dat je nieuwe problemen krijgt. Bijvoorbeeld paarden die op acht à negenjarige leeftijd al PPID (Cushing) ontwikkelen, wat ik de laatste jaren tegenkom. Ook in de ring hebben we gekke dingen gezien de laatste tijd, sportpaarden die ter plekke doodgaan aan (multi) orgaanfalen bijvoorbeeld. De boodschap van deze tijd is volgens mij dat we meer naar het paard en zijn natuur moeten kijken. Paarden geven alles aan, maar je moet het wel (willen) zien.”
Altijd eerst terug naar de basis
“Vaak is het een grote puzzel en die begint altijd bij de basis: het voeren van onverpakt hooi en een balancer” benadrukt Bart. “Eigenaren halen mij om heel diverse redenen bij hun paard. Soms zitten mensen wat vast in hun overtuigingen, maar iedereen wil het beste voor zijn paard. Dan is ook de vraag wat men bereid is te veranderen. Sowieso moet eerst het ruwvoer op orde zijn. Vervolgens raad ik meestal aan om gewoon met een balancer te beginnen, zonder verder krachtvoer of aanvullingen. Zo kan het paard zijn natuurlijke balans herstellen. Als er specifieke problemen zijn met bijvoorbeeld de mest, huid of spieren dan kun je daarop specifiek aanvullen met supplementen. In principe is het verstandig om je paard zes weken de kans te geven om de balans in zijn spijsvertering te herstellen. Daarna weet je vaak pas of je meer nodig hebt dan alleen ruwvoer en een balancer.”
Granen zijn niet nodig voor sportpaarden
“Mensen zijn vaak een beetje huiverig om van hun vertrouwde krachtvoer af te gaan, omdat ze denken dat een paard toch granen nodig heeft. Dat is niet het geval, granen zijn geen natuurlijk paardenvoer. Mensen denken ook vaak dat hun sportpaarden brok nodig hebben voor de energie. Maar als je natuurlijk voert, zonder krachtvoer met al die granen en suikers, dan bespaart je paard juist energie. Die energiebesparing ontstaat op het moment dat alle systemen in balans zijn. Dan verliest je paard minder energie aan zijn dagelijks leven. Te veel suiker veroorzaakt disbalans en mini-ontstekingen in de darmen. Daarom is het immuunsysteem continu actief om de negatieve effecten van ontstekingsreacties in de darmen om te buigen. Ook werkt fytinezuur uit granen de opname van mineralen tegen. Daarnaast kost ook stress veel energie, dus dat maakt het algemeen management ook van belang voor het energieniveau van een paard.”
Voldoende energie voor je sportpaard
Hoe komt een sportpaard zonder krachtvoer tóch aan voldoende energie? Bart: “De energie komt uit de aërobe verbranding die in gang wordt gezet door een paard vezels te voeren. Deze verbranding geeft 18 x zoveel energie als de verbranding van snelle suikers uit granen en zetmeel. Maar het is een ander soort energie, minder snel en piekend. Paarden die hun energie vooral uit ruwvoer halen zijn daarom vaak relaxter in het hoofd. Bij de omschakeling van een rantsoen met granen en kuilvoer naar onverpakt hooi met een balancer, hebben paarden in het begin soms een energiedip. Vaak heeft dat gewoon tijd nodig, met een paar weken wordt dat beter. Overigens kom ik vooral bij sportpaarden, die hoog in het bloed staan. Daarbij zie je die overgang vaak helemaal niet, deze paarden worden eerder prettiger in de omgang. Je kunt echt sport bedrijven zonder granen en zonder gangbaar krachtvoer.”.
Praktische oplossingen
Bart denkt graag in oplossingen: “Ook voor vage klachten, spierproblemen, een paard dat in zichzelf gekeerd is of een slechte weerstand heeft, geldt dat je eerst de basis op orde moet hebben. Kijk daarbij niet alleen naar het voer, maar ook naar de rest van de omstandigheden. Komt het paard voldoende buiten, kan hij sociaal gedrag vertonen? Vaak zijn er praktische redenen waarom mensen geen optimaal voerbeleid hebben. Wat je dan wel kan doen, is wat extra variatie in het ruwvoer aanbrengen in plaats van meer krachtvoer geven. Zolang de vertering niet op orde is, zal een supplement voor bijvoorbeeld de hoeven, daar niet aankomen. Een mooi nieuw ruwvoerproduct is Fytalgras Primus. Er zit hooi, zongedroogde luzerne, grasbrok, gehakseld gerstestro, olijfolie, lijnzaadolie en Keltisch zeezout in. Voor veel mensen op pensionstallen kan dat een mooie aanvulling zijn, want het is ook weer een uurtje extra kauwen voor het paard” sluit Bart af.