Wanneer heeft een paard het nou echt koud?
Elke winter is er een discussie tussen paardeneigenaren. De ene paardenhouder zet zijn paard in de dekens en de andere paardenhouder is van mening dat het paard best zonder deken kan. Maar is het zo zwart/wit? Hebben paarden zonder deken het echt niet koud? En wanneer heeft een paard het eigenlijk koud? Lees meer in deze blog.
Overig
16 december '21 • 6 min leestijd
Comforttemperatuur paard
Paarden hebben een comforttemperatuur die tussen de -5 en 10 graden ligt. Dit is de temperatuur waarbij paarden zich het meest fijn voelen. En dat ligt een stuk lager dan voor mensen, voor mensen ligt deze temperatuur rond de 20 graden. Paarden kunnen meestal ook beter tegen de kou, dan tegen warmte. Maar er moet niet vergeten worden om het paard als individu te zien. Dat is bij mensen ook zo, de een loopt bij 15 graden in een t-shirt terwijl de ander dan met een dikke jas aanloopt. De comforttemperatuur is een richtlijn voor het paard als soort, niet voor het paard als individu.
Wind en vocht koelt sneller af
In principe hebben paarden geen problemen met de kou, maar zodra er wind en regen bij komt kan de gevoelstemperatuur drastisch dalen. Dit kan er wel voor zorgen dat paarden het een stuk kouder hebben en dat de gevoelstemperatuur onder de comforttemperatuur komt. Dit is ook één van de belangrijkste redenen om altijd te zorgen voor beschutting zodat het paard kan kiezen om uit de regen en wind te staan. Uiteraard zullen paarden met hun kont in de wind gaan staan en zal hun staart ze beschermen tegen de kou, maar bij langdurige regen/wind zal dit niet voldoende zijn. Helaas is het niet in alle gemeentes toegestaan om een schuilstal te bouwen, maar tegenwoordig zijn er ook verplaatsbare schuilstallen die vaak wel zijn toegestaan. Ook een aantal grote struiken/bomenrij kan al zorgen voor beschutting. Er is altijd wel een oplossing te bedenken. Vergeet niet dat die beschutting ook in de zomer van belang is zodat paarden uit de zon kunnen staan als ze dat willen.
Kou kan gezondheidsproblemen geven bij paarden
Veel paarden maken een prima wintervacht aan waardoor een deken niet altijd nodig is. Maar er zijn uiteraard omstandigheden waardoor een paard toch baat kan hebben bij een deken. En dat is echt niet alleen voor oudere paarden. Die kunnen vaak een deken goed gebruiken omdat ze dan hun energie niet hoeven te stoppen in het warm houden van zichzelf waardoor ze beter op gewicht blijven. Maar ook paarden met gevoelige spieren, spijsverteringsproblemen of gewrichtsproblemen zijn vaak zeer geholpen met een deken. Hiermee zorg je ervoor dat de kou niet in het lichaam kan slaan en het daardoor een stuk comfortabeler is voor het paard. Paarden die “kou vatten” kunnen spierproblemen of gewrichtsproblemen krijgen. Ze verkrampen dan en dit geeft stijfheid in het gehele lichaam, maar vaak vooral in de rug en lendenen. Ook kan de kou voor natte mest zorgen, de spijsvertering raakt dan van slag waardoor diarree of mestwater ontstaat. Paarden die gevoelig op de darmen zijn in de winter komt mogelijk door kou, maar kan meerdere oorzaken hebben waar voeding ook een groot aandeel in heeft.
Maar heeft mijn paard het echt koud?
Wij als paardeneigenaren willen vaak onze eigen gevoelens projecteren bij ons paard. Als wij het koud hebben, dan heeft ons paard dat waarschijnlijk ook. Maar dat hoeft uiteraard niet, want de comforttemperatuur is totaal anders. Paarden blijven daarnaast warm door te eten, bij de vertering komt warmte vrij en daar warmt het paard zichzelf mee op. Vandaar dat het ook zo belangrijk is om bij kouder weer meer te gaan voeren.
Paarden kunnen hun temperatuur o.a. regelen door hun haren op te zetten. Hierdoor komt er lucht tussen de vacht en dat heeft een isolerende functie. Dit is eigenlijk de eerste stap voor paarden om het warmer te krijgen. Paarden die het echt koud hebben kunnen wat verkrampt gaan staan, sommigen gaan juist rennen of paarden gaan trillen. Trillen is een mechanisme dat het paard heeft om op te warmen, hierdoor wordt er ook warmte gegenereerd waardoor het paard weer opwarmt. Eventjes trillen is dan ook niet erg, mits het paard de mogelijkheid heeft om ergens droog op te warmen en voldoende te eten. Maar als je echt wilt weten of jouw paard het koud heeft, meet dan zijn lichaamstemperatuur. Sowieso is het goed om te weten wat de basistemperatuur is van jouw paard, maar als je vermoed dat jouw paard het koud heeft is het helemaal handig om te weten. Zit jouw paard onder deze basistemperatuur, dan kan je er vanuit gaan dat jouw paard het koud heeft.
Belangrijk is om naar het paard als individu te kijken
Ga niet jouw eigen gevoel omzetten naar het gevoel van jouw paard. Kijk naar jouw paard als individu en maak op basis daarvan de keuze voor wel/niet een deken. Heeft jouw paard snel last van zijn rug bij kou, waarom zou je dan geen deken opdoen om hem te helpen? Sloopt jouw paard elke deken die je opdoet? Misschien is dat wel een “subtiele” hint dat die liever zonder deken staat.
Als je merkt dat jouw paard het koud heeft, zorg dan voor extra ruwvoer zodat de vertering goed op gang komt. Ook kan je een warme slobber geven. Is jouw paard natgeregend en heeft die het daardoor koud, doe dan een echte wollen deken op om op te drogen. En beslis daarna of een waterdichte deken nodig is.
Maar zorg dus ook altijd voor een mogelijkheid om te schuilen tegen wind en regen, ook als paarden wel een deken op hebben. De lage temperatuur is vaak niet het probleem, het is de wind en regen die ervoor zorgt dat paarden het koud kunnen krijgen. Blijf in ieder geval altijd naar jouw paard kijken, ook al zet iedereen het paard in een dikke deken bij jou op stal. Als jouw paard happy is zonder deken, dan is dat goed. En andersom ook, al staan alle paarden in de kudde zonder deken, als jouw paard baat heeft bij een deken dan mag je daar als eigenaar naar luisteren. Hierdoor is er ook geen antwoord te geven op de vraag “wanneer heeft een paard het nou echt koud?” . Dit verschilt namelijk per paard en kan zich uiten in een verkrampt paard, een trillend paard of een paard dat juist enorm aan het rennen is.
Interessante dekenweetjes:
- Welke dikte je oplegt verschilt ook per individuele paard . Een geschoren paard zal zeer waarschijnlijk wel dikker in de deken staan dan een ongeschoren paard.
- Zoek de juiste pasvorm. Niks vervelender voor een paard dan een niet passende deken die je 24/7 ophebt. Schuurplekken, scheef hangende dekens of een paar dat zijn dekens altijd sloopt zijn tekenen dat de deken mogelijk niet goed past.
- Een ongevoerde deken drukt de haren niet plat van het paard. Een goedpassende deken geeft voldoende ruimte tussen de deken en de vacht waardoor een paard onder een ongevoerde regendeken zonder problemen zijn haren kan opzetten.
- Een gladde of fleecevoering? Dat ligt ook aan de voorkeur van het paard. Fleece is wat stroever en kan daardoor eerder schuurplekken geven als de deken net niet helemaal lekker ligt. Een gladde voering is hygiënischer. Houd er rekening mee dat een fleecevoering zeker 50 gram extra is voor een deken.
- De buitenstof bepaalt mede de warmte van een deken. Een 600 denier deken laat meer wind door dan een deken van 1200 denier of van ballistic nylon. Veel paarden staan daardoor kouder onder een deken van 600 denier dan onder een deken van bijvoorbeeld ballistic nylon.
- Een paard kan zweten onder de deken, dit ziet eruit alsof een deken lek is. Maar in werkelijkheid staat het paard te warm ingepakt, let daarom goed op of jouw paard niet te warm staat.